Eindelijk is het vrijdag en mag ik naar het ziekenhuis.
Met zijn 3en zitten we op een rijtje in de wachtkamer als op een terrasje kijkend naar wat passeert.
Vervolgens worden Han en ik een soort -doorloopkamertje- in geloodst. De co-assistent die me ondervraagt en onderzoekt heeft waarschijnlijk nog maar één herkansing sociale communicatieve vaardigheden tegoed en ik vraag me sterk af of hij dit gaat halen. Als hij vertrokken is houden Han en ik ons bezig met het inspecteren van alles wat los en vast zit in het hokje. Het is me duidelijk dat er nog veel te wachten valt de komende tijd.
Eindelijk verschijnt dokter TT; de man waar het allemaal van af gaat hangen.
Hij gaat naast me zitten, kijkt me aan en vraagt of ik de ernst besef. Dat beaamt mijn hoofd maar mijn buik huppelt er tijdens het vervolg van het gesprek hopeloos achteraan. Eindelijk komt het besef waar ik al die tijd op heb gewacht.......
Dit is stukken ernstiger dan ik in mijn hoofd had. Dat ik er heel snel bij ben is gunstig maar gezien de grote erfelijkheidsfactor betekent dit mogelijk het advies rigoreus in te grijpen om de kans op recidief zo klein mogelijk te houden (zowel borst als klieren weghalen). Of er uberhaupt een keus is voor een borstbesparende operatie, gaat afhangen van de mri die met spoed gaat worden gemaakt komende week. Ik krijg de opdracht na te denken over hoe ik hierzelf in sta. Volgende vrijdag mag ik weer terug komen om samen te bespreken wat het gaat worden.
Even later staan we alle 3 geschokt weer buiten. De lente doet zijn best er wat van te maken, maar de kleur lijkt even weg. Mijn hoofd zit vol woorden en beelden.
Een week om hierin ook weer mijn weg te vinden.

